Overdracht debiteurenrisico brengt volledig staking mee

 
Printervriendelijke versie

Een IB-ondernemer die allerlei zaken en activiteiten van zijn onderneming overdraagt aan een ander, inclusief het debiteurenrisico, is geen IB-ondernemer meer. Ook al blijft de overdrager nog werkzaamheden verrichten voor de overnemer, hij kan dan geen zelfstandigenaftrek claimen.

Twee broers drijven sinds 1983 via een VOF een loonbedrijf. Vanaf 1 januari 2006 doet ook de echtgenote van een van de broers mee. In mei 2013 dragen de vennoten hun loonbedrijf over aan een ander loonbedrijf. Deze koper blijft € 300.000 van de koopsom schuldig. De VOF blijft bestaan, maar de transportmiddelen, de machines, het klantenbestand en de zes vaste werknemers van de VOF gaan over naar de koper. De onroerende zaken blijven bij de VOF. Zij verhuurt deze zaken voor een periode van twee keer vijf jaar aan de koper. De koper heeft wel het recht van eerste koop. Ten slotte heeft de VOF vóór de verkoop van de onderneming nog enkele zaken gekocht. Deze zaken verkoopt zij buiten de verkoopovereenkomst om in huurkoop aan de overnemer.
Een van de broers vindt dat de VOF, en daarmee hij zelf, na de verkoop van het loonbedrijf nog steeds een onderneming drijft. Hij stelt dat de onderneming van de VOF slechts gedeeltelijk is gestaakt. Overigens erkent hij wel dat de vordering à € 300.000, de verhuurde onroerende zaken en de vorderingen op grond van de huurkoopovereenkomsten tot zijn privévermogen behoren. De man wijst erop dat hij en zijn broer zich laten inhuren door de koper van het loonbedrijf om via hun VOF werkzaamheden te verrichten. De man stelt dat dit ondernemingsactiviteiten zijn en claimt de zelfstandigenaftrek. De Belastingdienst volgt deze redenering niet. Het geschil belandt voor Rechtbank Noord-Nederland.
De rechtbank constateert dat na de verkoop van het loonbedrijf de activiteiten van de VOF voor minstens 90% bestaan uit werkzaamheden waarvoor de koper de broers inhuurt. De koper regelt de planning en facturatie van de werkzaamheden. De broers lopen dus alleen een debiteurenrisico ten aanzien van aan de koper gefactureerde werkzaamheden. De rechtbank oordeelt dat deze werkzaamheden geen zelfstandig deel van de oude onderneming vormen. De onderneming van de VOF is dus volledig gestaakt. Vervolgens oordeelt de rechter dat de activiteiten van de broers voor de koper van het loonbedrijf kwalificeren als overige werkzaamheden. Dat betekent dat de man geen recht heeft op de zelfstandigenaftrek.

Bron: Rb. Noord-Nederland 07-08-2020