Duidelijkheid over startersvrijstelling en 2%-tarief OVB

 
Printervriendelijke versie

De Belastingdienst heeft een vragen en antwoorden document samengesteld waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de startersvrijstelling en 2%-tarief in de overdrachtsbelasting. Daaruit blijkt hoe de Belastingdienst omgaat met voortgezette bewoning door de verkoper na overdracht van de woning en de mogelijke consequenties voor de startersvrijstelling.

Sinds januari geldt voor starters op de woningmarkt (ouder dan 18 maar jonger dan 35 jaar) dat ze bij de aankoop van hun (eerste) woning gebruik kunnen maken van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Zij hoeven niet het gebruikelijke tarief van 2% over de koopsom te betalen. Voor huizen duurder dan € 400.000 eindigt die vrijstelling na 31 maart 2021. Om toch te kunnen profiteren van gunstige belastingregels die tot het einde van deze maand gelden, halen veel kopers de transactie naar voren. Maar de daadwerkelijke overdracht is vaak veel later.
Het was onduidelijk hoe en of de Belastingdienst zou optreden tegen deze uitgestelde overdracht. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat als de verkoper de woning nog voor een korte periode van een maand zelf bewoont, de koper nog steeds een beroep op de startersvrijstelling kan doen. De koper moet dan onmiddellijk na afloop van die maand de feitelijke beschikking krijgen over de woning en de woning vervolgens als hoofdverblijf gaan gebruiken. Als de voortgezette bewoning door de verkoper langer duurt dan een maand wordt geen zekerheid vooraf gegeven over de fiscale gevolgen.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners 23-03-2021